Een hondenbevalling duurt van de eerste weeën tot de laatste pup meestal enkele uren, vaak ergens tussen de drie en twaalf uur. Dit hang af van hoeveel pups een hond krijgt. Bij een groot nest of een rustige start kan het uitlopen tot zo’n 24 uur. Tussen twee pups zit gemiddeld een half uur tot een uur, al neemt een teef soms een langere pauze.
Hoe lang een bevalling van een hond precies duurt, hangt af van het aantal pups en van de hond zelf. Hieronder lees je hoe lang elke fase duurt, hoe je merkt dat het begint en wanneer je beter de dierenarts belt.
Reken op enkele uren voor het hele proces. Zodra de teef echt aan het persen is, hoort er bij een goede weeënactiviteit binnen 30 tot 45 minuten een pup geboren te worden. Daarna volgen de overige pups, met gemiddeld een half uur tot een uur ertussen.
Een pauze is normaal. Het komt voor dat een teef na een paar pups even rust neemt, soms tot twee uur, zonder te persen. Zolang ze ontspannen is en niet vruchteloos ligt te persen, is dat geen reden tot zorg. Wordt de rust te lang of perst ze juist aanhoudend zonder resultaat, dan is het tijd om in te grijpen.
Een hondenbevalling verloopt in drie fases.
In de eerste fase, de ontsluiting, bereidt het lichaam zich voor. Deze fase duurt het langst: meestal zes tot twaalf uur, soms tot 24 uur. Je hond is onrustig, hijgt, graaft en zoekt een plek voor haar nest. De baarmoedermond opent zich in deze periode, maar er is nog geen zichtbaar persen.
In de tweede fase, de uitdrijving, worden de pups geboren. De teef perst nu actief mee met de weeën. Elke pup komt meestal in zijn eigen vruchtzak ter wereld, die de moeder zelf openmaakt en schoonlikt. Het is heel gewoon dat een deel van de pups met de achterpoten eerst komt.
In de derde fase komt de nageboorte. Na elke pup, of na een paar pups, drijft de teef de placenta uit. Controleer of het aantal placenta’s ongeveer klopt met het aantal pups, want een achtergebleven nageboorte kan problemen geven.
Het duidelijkste voorteken is de temperatuurdaling. Twaalf tot vierentwintig uur voor de eerste pup zakt de lichaamstemperatuur met ongeveer een halve tot anderhalve graad, tot rond de 37 graden. Door in de laatste week een paar keer per dag te meten, zie je die dip aankomen.
Daarnaast wordt je hond onrustig, gaat ze nestelen, hijgen en soms weigert ze haar eten. Verschijnt er een slijmerige uitvloeiing, dan kan de bevalling nog een dag op zich laten wachten of juist snel beginnen.
De meeste bevallingen verlopen vanzelf, maar het is goed om de alarmsignalen te kennen. Neem contact op met je dierenarts als:
Houd tijdens de bevalling bij hoe laat wat gebeurt. Als je toch moet bellen, kan de dierenarts veel sneller inschatten wat er aan de hand is.
Na een zwangerschap van ongeveer 9 weken is het punt van bevallen eindelijk aangekomen: De bevalling. Een bevalling van een hond duurt dus meestal enkele uren, verdeeld over een lange voorbereidingsfase, de geboorte van de pups en de nageboorte. Tussen de pups door zijn pauzes normaal, zolang je teef ontspannen blijft. Door de fases te kennen en de temperatuur te volgen, weet je wat je kunt verwachten en wanneer er iets niet klopt.
Wil je goed voorbereid zijn op de bevalling van je hond? Bespreek het verloop vooraf met je dierenarts en zorg dat je weet wie je ’s nachts kunt bereiken als er hulp nodig is.