Een hond is gemiddeld 63 dagen zwanger, ongeveer negen weken. Dierenartsen rekenen die 63 dagen vanaf de eisprong; vanaf het moment van dekking ligt het iets korter, rond de 61 dagen. In de praktijk valt de bevalling ergens tussen dag 58 en dag 68, en dat is allemaal normaal. Hoe lang een hond precies zwanger is, hangt af van het ras, de grootte van het nest en het exacte moment waarop de eicellen bevrucht raakten.
Hieronder lees je hoe je de draagtijd omrekent naar weken en maanden, waarom hij per hond verschilt en hoe je merkt dat je teef drachtig is.
Reken op zo’n negen weken. Gemiddeld zijn dat 63 dagen, met een normale spreiding van 58 tot 68 dagen. In maanden uitgedrukt komt dat neer op ruim twee maanden.
Het verschil tussen “vanaf de dekking” en “vanaf de eisprong” zorgt voor wat verwarring. De dekking en de bevruchting vallen namelijk niet altijd op dezelfde dag. Spermacellen blijven een paar dagen vitaal in het lichaam van de teef, dus de eicellen kunnen pas enkele dagen na de dekking bevrucht raken. Daardoor lijkt de ene zwangerschap langer dan de andere, terwijl het verschil vooral in de telling zit.
De grootte van het nest is de belangrijkste factor. Bij een klein nestje van een of twee pups duurt de dracht vaak wat langer, en kunnen de pups flink doorgroeien. Bij een groot nest komt de bevalling juist eerder op gang. Daarnaast speelt het ras mee: kleine rassen zitten gemiddeld aan de korte kant, grote rassen dragen soms iets langer.
Omdat de telling zo kan schuiven, is de bevallingsdatum nooit op de dag af te voorspellen. Een dierenarts kan met een echo en eventueel een bloedtest, zoals een progesteron- of relaxinetest, het stadium nauwkeuriger bepalen dan jij thuis kunt inschatten.
De eerste weken zie je meestal nog niets. Rond drie tot vier weken na de dekking veranderen vaak de tepels: ze worden groter en wat roziger. Sommige teven eten in het begin minder, andere juist meer. Ook het gedrag kan omslaan. De ene hond wordt aanhankelijker, de andere zoekt juist rust op en begint dekens te verzamelen.
Zekerheid krijg je bij de dierenarts. Een echo kan vanaf ongeveer 25 tot 28 dagen na de dekking laten zien of er pups onderweg zijn. Wil je weten hoeveel het er zijn, dan is een röntgenfoto later in de dracht betrouwbaarder, omdat de skeletjes dan zichtbaar zijn.
De buik wordt pas vanaf de tweede helft van de dracht duidelijk dikker. Tegen die tijd is de zwangerschap meestal niet meer te missen.
In de laatste anderhalve week eet je teef soms minder. De pups nemen veel ruimte in, waardoor er weinig plek overblijft voor een volle maag. Geef daarom meerdere kleine porties van smakelijk, energierijk voer in plaats van een grote bak.
Een handig signaal is de lichaamstemperatuur. Twaalf tot vierentwintig uur voor de geboorte zakt die met ongeveer een halve tot anderhalve graad, tot rond de 37 graden. Door vanaf dag 55 een paar keer per dag te meten en bij te houden, zie je de dip aankomen. Komt de bevalling na dag 67 nog niet op gang, of zie je geen enkel teken terwijl de uitgerekende datum ruim voorbij is, neem dan contact op met je dierenarts. Vanaf dag 65 is even overleggen sowieso een goed idee.
Een hond is dus zo’n 63 dagen oftewel negen weken zwanger, met flink wat speling rond die datum. Het exacte aantal dagen hangt af van het ras, de nestgrootte en het moment van bevruchting. Door de tekenen te leren herkennen en de temperatuur in de laatste week te volgen, weet je redelijk goed wanneer het zover is.
Twijfel je over het verloop van de dracht of nadert de bevalling? Overleg dan op tijd met je dierenarts, zodat je voorbereid bent als de eerste pup zich aandient.