Gemiddeld krijgt een hond vijf tot zes pups per nest, maar de uitschieters naar boven en beneden zijn groot. Een heel klein nestje kan uit een enkele pup bestaan, terwijl grote rassen er tien of meer kunnen werpen. Hoeveel pups een hond krijgt, hangt vooral af van haar ras en formaat, haar leeftijd en haar conditie.
In deze blog lees je wat een normaal nest is, welke factoren het aantal bepalen en hoe het per ras verschilt.
Voor honden in het algemeen ligt het gemiddelde rond de vijf à zes pups. Bij middelgrote rassen zie je vaak nesten van zes tot acht. De normale bandbreedte loopt grofweg van een tot twaalf pups, en alles daartussen komt voor.
Echte uitschieters bestaan ook. Het grootste geregistreerde nest telde 24 pups, maar dat is hoge uitzondering. Voor de meeste eigenaren is een nest van een handvol pups een realistischer beeld.
Een paar factoren wegen zwaarder dan de rest:
Wil je vooraf een idee van het aantal? Een dierenarts kan met een röntgenfoto vanaf ongeveer dag 55 de skeletjes tellen bij een zwangere hond. Dat geeft een betere schatting dan een echo, die eerder in de dracht vooral aantoont dát er pups zijn.
Behoorlijk. Het formaat van de moeder is de rode draad: hoe groter de hond, hoe groter het nest meestal is.
Kleine rassen zoals de chihuahua en de pomeriaan blijven vaak steken op een tot vier pups. Een teckel zit ook aan de kleinere kant. Middelgrote tot grote rassen als de labrador en de golden retriever halen gemiddeld zes tot acht pups. Bij echt grote rassen, denk aan de Duitse dog, zijn nesten van tien of meer geen verrassing.
Binnen een ras blijft het bovendien per hond verschillen. Twee teven van hetzelfde ras kunnen het ene jaar drie pups krijgen en het jaar daarna acht.
Ja, dat klopt meestal. Een teef die voor het eerst werpt, krijgt vaak een wat kleiner nest dan bij latere drachten. Daarna neemt het aantal pups doorgaans toe, tot de vruchtbaarheid op oudere leeftijd weer afneemt. Het is dus normaal als een eerste nestje aan de bescheiden kant uitvalt.
Reken voor een gemiddelde hond op vijf tot zes pups, met ruimte naar boven en beneden afhankelijk van ras, leeftijd en gezondheid. Kleine honden zitten lager, grote rassen hoger, en het eerste nest valt vaak wat kleiner uit. Een röntgenfoto kort voor de bevalling geeft je het meest betrouwbare aantal.
Wacht je een nestje en wil je goed voorbereid zijn? Laat de dracht begeleiden door je dierenarts, zodat je weet hoeveel pups je ongeveer kunt verwachten en wat er nodig is rond de geboorte.